In enkele maanden tijd is de Covid-19-pandemie erin geslaagd de kaarten van de globalisering volledig door elkaar te schudden. In deze context is relokaliseren niet langer een optie, maar een voorwaarde om onze economische en sociale systemen te doen overleven. Een blik op de huidige en toekomstige situatie.
"Crises, upheavals and illness do not come about by chance. They serve as indicators to rectify a trajectory, explore new directions, experience another life path." (Carl Gustav Jung)
De steeds langere toeleveringsketens en de internationale tewerkstelling blijken nu bronnen van gevaar die nog moeilijk te ondersteunen of rechtvaardigen zijn. Waar lagere kosten vroeger de doorslag gaven voor delokalisatie, dringt nu relokalisatie zich op. Een recent, pijnlijk voorbeeld hiervan is de farmaceutische industrie die grote delen van zijn productieapparaat gedelokaliseerd heeft, waardoor 80 procent van de werkzame stoffen van medicijnen momenteel geïmporteerd wordt uit China en India.
Wankelend economisch model
De oproep tot relokalisatie en de heropstart van de economie mogen in geen geval het onhoudbare karakter van het mondiale productiesysteem maskeren. Voorbeelden hiervan zijn te vinden in het rapport van de Organisation for Economic Co-operation and Development (OECD) 'Global Resources Outlook to 2060' waarin onder meer geschat wordt dat de winning van grondstoffen zal stijgen met 111 procent (150 procent voor metalen en 135 procent voor mineralen), om een jaarlijkse mondiale groei van 2,8 procent te voorzien, tussen nu en 2060. Een economisch model van relokalisatie en relance onder de vorm van een nieuwsoortig protectionisme zal niet minder onhoudbaar of ongewenst zijn.
Lees meer over de prognoses inzake grondstoffenverbruik in de infographic van het OECD.
De coronacrisis lijkt dus eerder een symptoom van een slechtgeorganiseerde wereld die slechts kan bijdragen tot de verspreiding van oncontroleerbare gebeurtenissen met een dimensie van systematische destabilisering. Zonder er de oorzaak ten gronde van te zijn, komt een dramatisch instabiele mondiale economie door Covid-19 onder vuur te staan. Hierbij worden de gevolgen van de klimaatverandering en ecologische neergang nog buiten beschouwing gelaten.
Duurzame verandering
De coronacrisis heeft ons de grenzen van de globalisering getoond. Deze crisis moet Europa er nu toe aanzetten haar economisch programma te veranderen. Al in het voorjaar werden rampzalige gevolgen voorspeld. Zo dreigde volgens de Union Wallonne des Entreprises (UWE) het faillissement voor niet minder dan 4 op 10 Waalse kmo's en ook voor het eventuele herstel van deze ondernemingen werden heel wat moeilijkheden verwacht. Alles blijft afhangen van de voorwaarden voor verdere versoepeling en de mogelijke hulp om bedrijven te ondersteunen en een ineenstorten van onze economie te voorkomen.
Wat zal de verdere reactie zijn van de overheden inzake beslissingen, zowel als die van consumenten en fabrikanten? Het heropstarten van de economische machine om terug te gaan naar groei, zoals vanouds, lijkt momenteel utopisch. Het is zelfs aangewezen consumenten te blijven aansporen meer lokaal en nationaal te denken. Dit niet alleen door bestaande korte kringen te promoten, maar ook door productiesites in de verschillende regio's van ons land te ondersteunen en de zin voor ondernemerschap aan te moedigen. Uiteraard is het niet mogelijk hier te werken aan de kosten in Azië, maar we hebben geleerd 'slimmer' tewerk te gaan en zeer efficiënte productietools te ontwikkelen. De crisis bracht de laatste maanden heel wat creativiteit en reactiviteit aan het licht.
Mogelijke acties
Om onze economie herop te bouwen, zijn ambitieuze doelen nodig, waaronder duurzaamheid, en dit voor meerdere toekomstige generaties. Producten zijn een voorwaarde voor industriële activiteit. Maar in hoeverre dienen we een economie te steunen met nutteloze en vluchtige producten, met broze producten en een steeds snellere veroudering, producten die meer en meer grondstoffen gebruiken. Hier is een verschuiving naar meer duurzaamheid, betrouwbaarheid en kwaliteit van belang. Essentiële vragen moeten worden gesteld over de algemene impact van producten alvorens ze zelfs nog maar te ontwikkelen. Ook het gebruik van 'correcte lokale prijzen' voor Europese en Belgische producten is niet ondenkbaar.
Concreet zou de nadruk moeten liggen op lokale diensten, lokale productie, gebaseerd op innovatieve technieken zoals gedistribueerde energieopwekking en additive manufacturing. Deze zorgen voor een hogere individuele, gemeenschaps- en gewestelijke autonomie. Zowel de nodige technologieën als passende businessmodellen voor relokalisatie moeten hiervoor worden ontwikkeld of in gebruik genomen.
Naast nadruk op het economische, dient er ook aandacht te gaan naar:
- de mens: de waardeproductie moet teruggebracht worden naar België, zodat in de eerste plaats de Belgen hieruit voordeel zullen halen en hun koopkracht zal verhogen. De laatste maanden hebben aangetoond dat onze gezondheid en welbevinden prioritair zijn.
- de omgeving: dit al jarenlange hot topic won alleen maar aan belang door deze crisis. Deze pijler dient alleen maar versterkt te worden door bepaalde bedrijven als model te nemen en zo te tonen dat het mogelijk is. Innovatieve energieontwikkelingsprojecten bijvoorbeeld dienen te worden ondersteund of projecten waarin gepaste en zelfs gedurfde circulaire economieconcepten zijn opgenomen.
Ook organisaties zoals onderzoekscentra en federaties kunnen, bijvoorbeeld via programma's in het ruime kader van Industrie 4.0, overtuigend werken en kmo's demonstreren dat het ook anders kan, hen te helpen bij het maken van technologische keuzes, van R&D tot industrialisering. Dit om het technologische niveau dat essentieel is voor de komende jaren te handhaven. Er zal hierbij nood zijn aan innovatie, creativiteit en beschikbaarheid, het vermogen zichzelf heruit te vinden. Oplossingen zullen in de eerste plaats digitaal zijn, maar ook wendbaar (agile), met lichte apparatuur (wat de investering acceptabel maakt)voor een sneller afschrijven, de integragie van Human en Environment wordt een topprioriteit, ...
In deze context zouden we misschien al durven spreken van de vooravond van Industrie 5.0 en zelfs verder durven kijken?
"Men accept change only in necessity and they see necessity only in crisis." (Jean Monnet)
